Hoe moet ik een debietmeter plaatsen?
De debietmeter of waterteller meet de hoeveelheid opgepompt grondwater. Deze teller moet worden geïnstalleerd voor het eerste aftappunt zodat het water door deze meter gemeten wordt vooraleer het wordt behandeld/gebruikt. Wanneer de teller op een moeilijk afleesbare plaats staat, kan het plaatsen van een impulsgever op het scherm van de debietmeter een praktische oplossing bieden. Via een impulsgever kan je de meterstand correct registreren in een nabijgelegen gebouw. De reikwijdte van de meeste impulsgevers is ongeveer 12 meter.
Bij ingebruikname moeten debietmeters verzegeld worden. Dit geldt voor alle debietmeters die in gebruik genomen werden na 1 januari 2004. De verantwoordelijkheid ligt hier bij de bedrijven zelf. In een nog goed te keuren besluit kunnen bedrijven een beroep doen op de leverancier, de installateur of een erkende deskundige voor het verzegelen van de meetsystemen. We raden aan om de verzegeling nu reeds door één van deze instanties te laten uitvoeren.
Debietmeters die voor 1 januari 2004 in gebruik genomen werden, verzegelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De VMM is volop bezig om bij de bedrijven met dergelijke systemen de verzegeling uit te voeren. Deze bedrijven hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen bij de VMM. De verzegelaars komen spontaan langs, zodat de bedrijfsbezoeken optimaal gepland kunnen worden om zo een maximaal aantal verzegelingen te kunnen uitvoeren. Indien de VMM nog niet is langs geweest, heeft dit natuurlijk geen nadelige gevolgen voor uw bedrijf.
Koudwatermeters moeten om de 16 jaar geijkt worden, indien het nominaal debiet gelijk is aan of kleiner is dan 10 m³/u. In de andere gevallen is dit om de 8 jaar. Deze ijking gebeurt door een daartoe gemachtigde ijkingsinstelling. Het ijkingsmerkteken moet leesbaar en onuitwisbaar aangebracht zijn op het tellerhuis. De gebruiker van de grondwaterwinning moet het ijkingsattest bijhouden.
Bij elke gekochte meter moet door de leverancier minstens een volledig correct ingevuld ijkings- en eenvormigheidsattest afgeleverd worden met o.a. de vermelding van het metertype, alsook de volledige benaming van het model. Zonder dit attest wordt de meter als niet reglementair beschouwd.

