Wat zijn de verschillende bronnen van zware metalen?
Onder de term zware metalen wordt meestal verstaan: arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn). Deze zware metalen zijn van nature aanwezig in vrijwel alle bodems. Er zijn ook nog een hele reeks andere zware metalen, maar deze komen minder voor in het milieu.
Zware metalen komen via uiteenlopende bronnen in het oppervlaktewater terecht. Cadmium blijkt net als arseen, chroom en nikkel duidelijk met industriële activiteiten verbonden te zijn. Lozingen van deze stoffen zijn vooral afkomstig uit de werktuigbouw, de organische chemie, de petrochemie en de metallurgie. Daarnaast bevat bijvoorbeeld ook het rookgaswaswater van verbrandingsovens beduidend grote concentraties aan zware metalen. Zink en koper zijn vooral afkomstig uit diffuse bronnen, zoals corrosie van afdekkingsmaterialen, leidingen en verkeer. Een tweede belangrijke bron van de koperverontreiniging is het huishoudelijk afvalwater. Door corrosie van leidingen, reinigingsmiddelen, het sanitair afvalwater enz. komen deze zware metalen in het afvalwater terecht.
Ook de landbouw brengt kleine hoeveelheden zware metalen in het milieu, en dit zowel via bemesting met dierlijke meststoffen (koper en zink) als met kunstmeststoffen (cadmium).
Zware metalen in het oppervlaktewater kunnen zich snel neerzetten op het bodemmateriaal. Anderzijds kan er een langdurige nalevering vanuit het bodemmateriaal naar het oppervlaktewater optreden. Zware metalen worden ook opgenomen door planten, dieren en de mens. Aangezien ze niet afbreekbaar zijn, worden ze biologisch geaccumuleerd.

