In welke mate worden gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater teruggevonden?
Sinds 1996 verricht de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) systematisch onderzoek naar de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater. Uit deze metingen blijkt dat een waaier aan gewasbeschermingsmiddelen veelvuldig wordt aangetroffen in de Vlaamse oppervlaktewateren.
Omdat niet voor alle actieve stoffen die in het oppervlaktewater teruggevonden worden wettelijke normen bestaan, worden de meetwaarden getoetst aan ecologische referentiewaarden. De toets aan de MAC- waarden (Maximum Admissable Concentration) geeft een beeld van de acute effecten op aquatische organismen veroorzaakt door de aanwezigheid van de betrokken stof. De toets aan de PNEC- waarden (Predcited No Effect Concentration) geeft een beeld van de chronische effecten op waterorganismen veroorzaakt door de aanwezigheid van de betrokken stof.
De overschrijdingen van de MAC-waarden zijn voornamelijk te situeren in het IJzerbekken en het Demerbekken/Haspengouw.
De beperkende maatregelen ten aanzien van diuron (herbicide) – afgekondigd eind april 2003 – hebben effect: in 2004 werd op 42% van de meetplaatsen de PNEC-waarde overschreden, in 2005 daalde dit tot 11% van de meetplaatsen. Ook voor linuron (herbicide) worden in 2005 beduidend minder overschrijdingen voor de MAC-waarde vastgesteld dan in 2004. Verder valt op dat de MAC-waarde voor bijna alle beschouwde stoffen wel ergens overschreden wordt; tot 55% van de meetplaatsen. Met andere woorden, er is voor deze stoffen mogelijk een acuut effect op het aquatisch ecosysteem te verwachten. Verder valt het hoge percentage overschrijdingen van de MAC-waarde voor dichloorvos (insecticide) op, namelijk 55% van de meetplaatsen.
Meer informatie hierover vind je ook in het Milieurapport Vlaanderen (PDF-formaat 1,5MB opent in ander venster).

