Hoe vermest is het oppervlaktewater?
De belangrijkste bron van stikstof in het oppervlaktewater vormen de bemestingsverliezen uit de landbouw (56%). Voor fosfor zijn huishoudelijke afvalwaterlozingen (46%) de belangrijkste bron. (zie ook de vraag: 'wat is het aandeel van de gezinnen in de waterverontreiniging'. Als gevolg van de voortschrijdende sanering van afvalwaterlozingen (RWZI's en bedrijven) en het toenemende gebruik van fosfaatarme wasmiddelen, verbetert de situatie voor fosfor afkomstig van huishoudens gestaag en neemt het relatief aandeel van de landbouw toe.
De basiskwaliteitsnorm voor de som van nitraat en nitriet in het oppervlaktewater bedraagt 10 mg N/l. De grenswaarde voor oppervlaktewater bestemd voor drinkwaterproductie is 11,3 mg N/l of 50 mg NO3-/l. Deze waarde mag niet overschreden worden vanuit het oogpunt van de volksgezondheid. Voor de parameter orthofosfaat is er een dubbele basiskwaliteitsnorm. Voor stromende waters geldt de drempelwaarde van 0,3 mg orthofosfaat-P/ l als 90-percentieldrempel. Voor stilstaande waters is de norm strenger en is 0,05 mg P/l de 90-percentieldrempel.
Sinds de zomer van 1999 werd het oppervlaktewatermeetnet van de Vlaamse Milieumaatschappij uitgebreid met een meetnet dat de verontreiniging van het oppervlaktewater met nitraten en fosfaten -afkomstig van de landbouw- opvolgt (MAP-meetnet). De resultaten zijn online beschikbaar op de website van de VMM (link opent in ander venster).
De landbouworganisaties kunnen op basis hiervan hun leden informeren, sensibiliseren en motiveren. Op heel wat punten werpt deze aanpak ook vruchten af.
In het winterjaar van 2005-2006 werd op 42% van de MAP-meetpunten de nitraatnorm overschreden. Het MINA-plan 3 stelde dat er in 2007 geen overschrijding meer mogen voorkomen. Deze doelstelling is niet bereikt. Bijkomende maatregelen dringen zich op.

