Aan welke normen moet de lozing van huishoudelijk afvalwater voldoen?
De lozingsnormen voor huishoudelijk afvalwater zijn verschillend als men op de riolering of in oppervlaktewater loost.
Het lozen van huishoudelijk afvalwater - afkomstig van woongelegenheden - op de riolering behoort tot de niet-ingedeelde inrichtingen. D.w.z. dat hiervoor geen vergunnings- of meldingsplicht bestaat.
In art. 6.2.1.2 en art. 6.2.1.3 van de VLAREM II wetgeving worden wel de algemene voorwaarden vermeld waaronder deze lozingen moeten gebeuren:
- In geval de riolering bestaat uit een gescheiden stelsel is het verboden afvalwater te lozen op het gedeelte van de gescheiden riolering bestemd voor de afvoer van hemelwater. En omgekeerd is het verboden hemelwater te lozen op het gedeelte van de gescheiden riolering bestemd voor de afvoer van afvalwater.
- Het is verboden hemelwater te lozen op de openbare riolering als het technisch mogelijk of noodzakelijk is dit hemelwater gescheiden van het afvalwater te lozen in een oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater.
De lozingsnormen voor 'de lozing van huishoudelijk afvalwater in de gewone oppervlaktewateren of in kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater' vindt men onder artikel 4.2.7.1.1 in VLAREM II. Om deze normen te halen zal het afvalwater moeten gezuiverd worden via een systeem van individuele behandeling van afvalwater.
- Het te lozen afvalwater dat in zodanige hoeveelheden pathogene kiemen bevat dat het ontvangende water er gevaarlijk door besmet kan worden, moet ontsmet worden.
- De zuurtegraad (pH) van het geloosde water mag niet meer dan 9 en niet minder dan 6,5 bedragen.
- Het biochemisch zuurstofverbruik (BZV) van het geloosde water mag 50 mg/l niet overschrijden.
- De inhoud van een flesje uit kleurloos glas van 150 ml, volledig gevuld met een pas genomen effluentmonster waaraan 0,4 ml van 0,05% oplossing van methyleenblauw wordt toegevoegd, dat met een geslepen dop wordt afgesloten en bij een temperatuur van 20°C in het duister wordt bewaard, mag na drie dagen niet ontkleuren (deze norm slaat hoofdzakelijk op de aan- of afwezigheid van anionische detergenten)
- In het afvalwater mogen de volgende waarden niet overschreden worden
- 0,5 ml/l bezinkbare stoffen (na 2 uur bezinking)
- 60 mg/l zwevende stoffen
- 3 mg/l apolaire koolwaterstoffen extraheerbaar met tetrachloorkoolstof - Het geloosde afvalwater mag geen gevaarlijke stoffen bevatten met een gehalte dat rechtstreeks of onrechtstreeks schadelijk zou kunnen zijn voor de gezondheid van de mens, voor de fauna of de flora.
- Op een representatief monster van het geloosde afvalwater mag geen drijflaag ten gevolge van oliėn, vetten of andere drijvende stoffen vastgesteld worden.
Het gehalte aan stikstof - en fosforverbindingen is niet genormeerd. Algemeen mag echter verwacht worden dat de wetgeving in de toekomst zal verstrengen, zodat je hier best rekening mee houdt bij de keuze van een systeem.
In zones waar riolering of oppervlaktewater aanwezig is, is lozen in grondwater uiteraard verboden. Indien er geen riolering is en ook niet in oppervlaktewater geloosd kan worden, is indirecte lozing in grondwater een mogelijkheid. Elke directe lozing van huishoudelijk afvalwater (dus direct in de verzadigde zone zonder doorsijpeling van de bodem) in grondwater is altijd verboden.
Indirecte lozingen in grondwater zijn ingedeeld in VLAREM onder rubriek 52. Naargelang de ligging ervan (binnen of buiten beschermingszones rond drinkwaterwinningen) moet hiervoor ofwel een vergunning worden aangevraagd (52.1.1.1°) ofwel een melding gedaan (52.2.1°) bij de gemeente waarin de inrichting is gelegen. De sectorale voorwaarden van hoofdstuk 4.3 uit VLAREMII zijn van toepassing. De indirecte lozing van het huishoudelijk afvalwater moet geschieden via een besterfput die aan specifieke voorwaarden moet voldoen (Art. 4.3.3.1). Als grenswaarden voor het huishoudelijk afvalwater zijn deze in Art. 4.2.7.1.1. van toepassing (pH, BZV,...). Dit zijn dezelfde normen als deze voor lozen van huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater.
Op de website van Emis (Energie en Milieu Informatiesysteem) (link opent in ander venster) kan de volledige tekst van VLAREM geraadpleegd worden.
Fosfor komt in afvalwater voor in verschillende verbindingen: orthofosfaat, metafosfaat, polyfosfaat, … De belangrijkste vorm is orthofosfaat (PO43-), meestal kortweg fosfaat genoemd.
Huishoudens zijn verantwoordelijk voor 47% van de fosforlozingen. In zoet water is fosfor, meer nog dan stikstof, verantwoordelijk voor eutrofiėring.
Fosfor kan door micro-organismen opgenomen worden, maar dit is een complex proces dat in een kleinschalig systeem moeilijk gerealiseerd kan worden. Fosfor zal eerder door een zandfilter of ijzer - of kalkhoudende substraten geabsorbeerd worden of in beperkte mate opgenomen worden door planten.

