water. elke druppel telt. sierteelt achtergrondfoto 's Deze brochure is een uitgave van de afdeling Water Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 16 - 1000 Brussel Tel. 02 553 21 11 e-mail water@lin.vlaanderen.be www.vmm.be Redactie en coördinatie Hilde Nechelput (Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Water) Tekstvoorbereiding Mieke Planckaert (Proefcentrum voor Sierteelt) Met dank aan Hilde Van Eeckhout, Sophie Puype, Ann Huysmans, Véronique Vens en Paul Thomas (Vlaamse Milieumaatschappij) Inge Van Oost en Adrien Saverwyns (Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling) An Derden (VITO) Erwin De Rocker (Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen - Kenniscentrum Water) De bedrijfsleiders van de onderzochte sierteeltbedrijven fotografie Proefcentrum voor Sierteelt Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderenen ILVO, Diagnosecentrum voor Planten Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Water Kristien Buyse (Jansen & Janssen) Vormgeving en druk Geers Offset n.v. (Oostakker) Verantwoordelijke uitgever Katrien Smet, verantwoordelijke externe communicatie, VMM Depotnummer D/2007/6871/004 0vername van informatie uit deze uitgave in andere publicaties is alleen toegestaan met bronvermelding. Andere brochures in de reeks “Water. Elke druppel telt.” Een watervriendelijk huishouden Evenwicht in de waterkringloop Watergebruik in Vlaanderen. Huidige situatie Watergebruik in Vlaanderen. Een blik op de toekomst Melkveehouderij Varkenshouderij Groenteteelt in openlucht Groenteteelt op substraat Textielsector Slachthuizensector Wasserijen Aardappel-, fruit- en groenteverwerkende industrie SIERTEELT INHOUD Woord vooraf 3 1 Waarom water besparen? 3 2 De sierteelt in cijfers 4 3 Watergebruik in sierteeltbedrijven 4 4 Ervaringen uit de sierteeltsector 7 5 En uw waterscore? 7 6 Wijzigingen die een groot verschil kunnen maken 12 7 Gietwaterkwaliteit 15 8 Opvang van hemelwater 20 9 Recirculatie en ontsmetting van drainwater 23 10 Waarheen met restwater? 28 Nuttige adressen 31 Referentielijst 31 Publicaties 31 SIERTEELT WOORD VOORAF De afdeling Water van de Vlaamse Milieumaatschappij geeft invulling aan het integraal waterbeheer. Een van de belangrijke elementen daarin is het aanmoedigen van duurzaam watergebruik om op lange termijn de drinkwatervoorziening veilig te stellen. Onder de slogan “Water. Elke druppel telt.” sensibiliseert de Vlaamse overheid de bevolking, de industrie en de land- en tuinbouw. De afgelopen jaren slaagden we erin verschillende doelgroepen te helpen in hun zoektocht naar een manier om spaarzaam en bewust met water om te gaan. Vandaag staan we er ook voor u. We kregen de kans om op vier Vlaamse sierteeltbedrijven de watercyclus van nabij te volgen. We gingen met de bedrijfsleiders op zoek naar de hoeveelheid water die ze gebruiken, uit welke bronnen dat water komt, hoe ze water besparen en of hen dat ook financieel iets oplevert. Wat we hieruit geleerd hebben, vatten we voor u samen in deze brochure. Met deze brochure willen we u er ook toe aanzetten even stil te staan bij het water dat elke dag door uw bedrijf stroomt. U zult snel merken dat heel wat van onze bevindingen uw enthousiasme zullen prikkelen. Deze brochure kadert in de informatie- en sensibiliseringscampagne “Water. Elke druppel telt.” 1 waarom water besparen? watervoorziening Vlaanderen is dichtbevolkt en telt een grote verscheidenheid aan activiteiten op een kleine oppervlakte. Door onze levensstandaard doen we bovendien heel veel beroep op onze natuurlijke rijkdommen. We staan er niet meer bij stil, maar ons water komt niet uit de kraan. Het komt in de eerste plaats uit de natuur: uit sommige waterlopen, en vooral uit onze bodem. En die zijn we de laatste tijd flink aan het uitputten. Zo gebruiken we alles samen in Vlaanderen zo’n 745 miljard liter water per jaar. Zelfs ons natte weer kan dat niet meer bijhouden. Onze natuurlijke waterreserves slinken zorgwekkend. In vergelijking met de rest van Europa legt Vlaanderen het meeste druk op zijn waterreserves. De uitdroging van de diepe grondwaterlagen is dan ook een acuut milieuprobleem bij ons. Zo is de toestand van het sokkel- en landeniaanwater in Oost- en West-Vlaanderen op zijn minst alarmerend te noemen. De lokale daling van grondwaterpeilen vereist op korte termijn een drastische vermindering van de opgepompte hoeveelheden grondwater. Om dat te realiseren, moeten we spaarzamer omgaan met onze waterreserves. En dat is een zaak voor ons allemaal, huishoudens, industrie én landbouw. Waterverspilling vermijden binnen uw bedrijf is een grote stap in de goede richting. kostprijs Hoewel water maar een klein onderdeel is van de totale productiekosten, wordt het voor steeds meer landbouwbedrijven een dure aangelegenheid. wetgeving De bekende druk op de grondwaterreserves in Vlaanderen noodzaakt de overheid om in te grijpen. Via de heffingen en vergunningsvoorwaarden voor grondwaterwinning zet de overheid de bedrijven aan om waterbesparende maatregelen te nemen en alternatieve waterbronnen in te schakelen. Daarnaast moeten land- en tuinbouwbedrijven die niet kunnen aansluiten op het rioleringsnet hun afvalwater zelf zuiveren. 2 de sierteelt in cijfers De sierteelt is met een productiewaarde van 400 miljoen euro in Vlaanderen een zeer belangrijke sector. 95 % van de Belgische sierteelt bevindt zich in Vlaanderen. De belangrijkste teelten zijn azalea, begonia, figuur snijbloemen, potplanten, chrysanten en perkplanten. De teelten in openlucht beslaan 1013 ha, die onder glas 633 ha. In tabel 1 vindt u de teeltoppervlakte en het aantal Vlaamse sierteeltbedrijven. De totale oppervlakte bleef ongeveer dezelfde als in 1990. Toen bedroeg het areaal in openlucht 1004 ha en onder glas 708 ha. Oost-Vlaanderen speelt een vooraanstaande rol in de sierteelt, 54 % van de openluchtteelt en 61 % van de glasteelt is daar gehuisvest. Bijna even belangrijk als de sierteelten zijn de boomkwekerijen. De 947 boomkwekerijen in Vlaanderen bewerkten in 2004 samen een oppervlakte van 3950 ha of 87 % van het nationale areaal. Oost-Vlaanderen neemt 40 % van dit areaal voor zich. Export is een zeer belangrijke bron van inkomsten voor de Vlaamse boomkwekers en siertelers. Oost-Vlaanderen produceert jaarlijks ongeveer 45 miljoen azalea’s en is met ongeveer de helft van de Europese azaleaproductie de onbetwiste marktleider. Tabel 1: De teeltoppervlakte en het aantal Vlaamse sierteeltbedrijven (Bron: niet-gepubliceerde gegevens VILT, 2004). 3 watergebruik in sierteeltbedrijven Sierteelt komt zowel onder glas als in openlucht voor. Een combinatie van beiden vindt u in vele teelten ook op één bedrijf. Zo bestaan de meeste azaleabedrijven voor de helft van het bedrijfsoppervlak uit glasteelt en voor de andere helft uit teelt in openlucht. In de knolbegoniateelt is er een kleine oppervlakte glas, dat volstaat voor de zaaifase. Eind mei verhuizen knolbegonia’s naar buiten in de vollegrond en start de knolproductie. Zowel binnen als buiten kan in vollegrond of op afgedekte bodem geteeld worden. Knolbegonia en chrysanten zijn typische vollegrondsteelten. Azaleabedrijven en boomkwekerijen schakelen steeds meer over van vollegrond naar afgedekte gronden, ook containervelden genoemd. De variatie aan teeltsystemen is zeer groot in de sector en dat uit zich ook in het watergebruik. Water wordt op sierteeltbedrijven hoofdzakelijk gebruikt voor: irrigatie; nachtvorstbestrijding; gewasbeschermingstoepassingen; reinigingen van serres, loodsen en machines; sanitaire toepassingen. Op bepaalde bedrijven is ook dakberegening een aanvullende toepassing. irrigatie Gietwater is de belangrijkste waterstroom in de sierteelt. Daarvoor gebruikt men meestal hemelwater of grondwater, waaraan meststoffen toegevoegd worden. Bij een gesloten teeltsysteem is het gietwater deels gerecirculeerd drainwater. De hoeveelheid gietwater hangt samen met de waterbehoefte van het gewas, de gewasverdamping, de waterafvoer via het wortelmilieu, de waterkwaliteit,... De gewasverdamping is de belangrijkste factor. Het ingestraalde zonlicht heeft hierop een belangrijke invloed en bepaalt in grote mate het waterverbruik. De hoogste verdamping (evapotranspiratie) wordt waargenomen tijdens de maanden juni en juli en kan tot 6 mm per dag bedragen. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2003. Steeds meer bedrijven telen op een gesloten bedondergrond of containerveld. Daarmee kunnen ze overtollig gietwater opvangen en al dan niet na ontsmetting hergebruiken. Pot- en containerplanten zijn voor hun waterbehoefte afhankelijk van de neerslag en van gietbeurten. De planten hebben enkel hun potvolume als buffer. De beregening op containervelden gebeurt met een verdeelsysteem van buizen en ronddraaiende sproeiers of met een gietwagen die zich over het containerveld beweegt en aan de rechter- en linkerhelft voorzien is van sproeidoppen. Het type sproeidoppen, de druk en de rijsnelheid van de gietwagen bepaalt mee de watergift. Beregening onder glas Watergift onder glas is mogelijk via verschillende systemen. Een buizensysteem met steeldoppen of roterende sproeiers beregent het gewas van boven. Er zijn tal van sproeidoppen op de markt die voor een goede waterverdeling zorgen en die zuinig omspringen met water. Een eb- en vloedsysteem komt voor op betonvloeren of tafels. Tijdens de irrigatie stroomt het water tussen de planten door. Er is heel wat water nodig om het gewenste waterniveau te krijgen. Het teveel aan water vloeit terug naar opvangtanks en wordt bij de volgende gietbeurt opnieuw ingezet. foto Het buizensysteem met steeldoppen (boven) of ronddraaiende sproeiers (onder) beregent van bovenaf. foto Deze rozen krijgen water en voedingsstoffen via druppelirrigatie. Bij druppelirrigatie gaat de wateraanvoer via een leiding waarop een aftakking met druppelpennen elke individuele plant beregent. Elke plant krijgt een hoeveelheid water en voedingsstoffen toegediend. Een nadeel is dat de druppelaars gemakkelijk verstopt raken. Gewassen die vroeg in het voorjaar en tot laat in het najaar buitenstaan, bijvoorbeeld azalea’s, vereisen soms water voor nachtvorstbestrijding. Als het gewas tijdens de nachtvorst nat is, ontstaat er ijs, maar bevriest het gewas niet. Zolang het blijft vriezen, is er een continue beregening nodig. Voor nachtvorstbestrijding is een vaste beregeningsinstallatie, die het hele perceel tegelijk beregent, noodzakelijk. De beregening gebeurt meestal met roterende tiksproeiers. water voor gewasbescherming De hoeveelheid water nodig voor gewasbeschermingstoepassingen hangt af van de teelt en van de toepassing. Die kan variëren van 0,007 liter per are bij foggen tot 15 liter per are bij het spuiten met bijvoorbeeld een spuitboom. Steeds meer bedrijven kiezen voor geïntegreerde bestrijding, dat is een combinatie van waarnemen en pas bestrijden als de schadedrempel wordt overschreden. Waar mogelijk worden de klassieke bestrijdingsmiddelen vervangen door milieuvriendelijke bestrijdingsmethoden. In deze boomgaard worden in vriesperiodes de appelbloesems beregend om oogstverliezen te voorkomen. Nachtvorstbestrijding wordt ook in de sierteelt toegepast. reinigingswater voor serres, loodsen en machines Bedrijfsruimten kunnen verontreinigd zijn met gronden plantafval. Meestal worden deze ruimtes droog gereinigd. Wanneer hiervoor toch water gebruikt wordt, is de hoeveelheid afhankelijk van het type reinigingssysteem en de reden van reinigen. Een hogedrukreiniger (100 bar) gebruikt minder water dan een lagedrukreiniger (20 bar), namelijk 15 liter per minuut ten opzichte van 200 liter per minuut. sanitaire toepassingen Water is ook nodig voor het toilet, de wastafel en eventueel de douches voor de werknemers. Gemiddeld rekent men hiervoor 30 m3 per werknemer per jaar. Beregening in openlucht In openluchtteelten voorzien zowel de neerslag als de beregeningsinstallatie de planten van water. De hoeveelheid gietwater en het beregeningssysteem kunnen verschillen voor teelten in vollegrond of op afgedekte grond (pot- en containerteelten). Volle gronds teelten zoals knolbegonia- en boomteelt vereisen minder gietwater. Die teelten gebruiken de bodem als buffer voor watervoorziening. Veerbelaste roterende sproeiers of een gietwagen met boogsproeiers zorgen meestal voor de beregening. foto De openluchtteelt van knolbegonia’s vraagt minder water. nachtvorstbestrijding foto De gesloten teeltwijze van sierplanten in containers laat toe vrijwel alle restdrain te hergebruiken. 4 ERVARINGEN UIT DE SIERTEELTSECTOR Om het watergebruik en de waterbesparingsmogelijkheden op sierteeltbedrijven na te gaan, gingen we op zoek naar een aantal bedrijven. Vier Vlaamse sierteeltbedrijven schreven zich in voor ons waterspaarproject. Door hun medewerking slaagden we erin om een waarheidsgetrouw beeld te krijgen van het reilen en zeilen op de sierteeltbedrijven. De onderzochte bedrijven zijn één knolbegoniabedrijf, twee azaleabedrijven en één bedrijf met rododendrons. Een azaleabedrijf en het rododendronbedrijf combineren de teelt onder glas met de teelt op containerveld in openlucht. Het glasoppervlak van de serre maakt de opvang van hemelwater in een bassin of vijver mogelijk. Daarnaast is er grondwater beschikbaar om aan te vullen bij gebrek aan hemelwater. Het knolbegoniabedrijf beschikt over 3500 m2 glasoppervlak voor de zaaifase en verder over een 5 ha vollegrondsteelt. De hoeveelheid hemelwater van het serredak volstaat niet om de 5 ha vollegrondsteelt te beregenen. Hier werd geïnvesteerd in de aanleg van een vijver die zowel ondiep grondwater en hemelwater bevat. Op een vierde bedrijf was, naast de containerteelt in serres, de klassieke teelt van azalea in vollegrond aanwezig. Ondertussen is de vollegrondsteelt verleden tijd en schakelde de bedrijfsleider over op containervelden. Het bedrijf vangt hemelwater van het serredak op in een bassin en kan bij tekorten grondwater oppompen. 5 en uw waterscore? En u? Denkt u op de goede weg te zitten wat uw watergebruik betreft, of denkt u – integendeel – dat u nog heel wat verspilling kunt tegengaan? zelf aan de slag, stap voor stap Om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid water die het bedrijf binnenstroomt, voor welke toepassingen dat water dient, of dat water aan de kwaliteitseisen voor de toepassing voldoet, wat er met het water gebeurt na gebruik en of het ook met minder zou kunnen, hebben we het onderstaande stappenplan uitgewerkt dat uitgetest werd op de vier onderzochte bedrijven. U bepaalt zelf hoe ver u gaat in uw eigen waterstudie. U kunt lukraak een aantal wijzigingen doorvoeren die ongetwijfeld een effect zullen boeken, of u gaat voor de grondige aanpak. Of u kiest voor een aanpak tussen beide. Een ding staat vast: hoe beter u de weg van het water kent in uw bedrijf, hoe bewuster u ermee kunt omgaan. Voor een grondige aanpak gaat u zo te werk: 1. Spoor de verschillende waterstromen op. De belangrijkste waterstromen op een sierteeltbedrijf zijn het gietwater en het drainwater. Daarnaast kan ook reinigingswater, sanitair water, water voor gewasbescherming en nachtvorstbestrijding voorkomen op het bedrijf. Welke waterstromen zijn er binnen uw bedrijf? 2. Bepaal het aandeel van de verschillende waterbronnen. Het rechtstreeks opgepompte grondwater kunt u aflezen op de grondwaterteller. Ook het hemelwater afkomstig van een hemelwaterreservoir kunt u bij het oppompen met een waterteller meten. Als hemelwater en grondwater in een open grondwaterput of vijver gemengd zijn, kunt u de gebruikte hoeveelheid grondwater berekenen uit het verschil tussen het totale gebruikte water en het berekende hemelwater. De hoeveelheid hemelwater kan geschat worden op basis van de grootte van het dakoppervlak en de hoeveelheid gevallen neerslag. Gemiddeld is dat 780 liter per m2 per jaar. Met een pluviometer kunt u de juiste hoeveelheid neerslag op uw bedrijf meten. Waterstromen op een sierteeltbedrijf. schema mogelijke locatie van een waterteller 3. Meet het watergebruik voor de verschillende waterstromen van uw bedrijf. Door op een aantal plaatsen een waterteller op de waterleiding te installeren, kunt u het exacte watergebruik aflezen. Zo kunt u de drainhoeveelheid meten met een waterteller op de afvoerleiding naar de opvangput of bij hergebruik op de leiding waarlangs het drainwater vanuit de opvangput opgepompt wordt. In de praktijk is dat op een sierteeltbedrijf niet altijd mogelijk. De waterverdeelsystemen zijn dikwijls vaste verbindingen waar u niet zomaar tellers tussen kunt plaatsen. In dat geval kunt u het gebruik per waterstroom inschatten door een aantal metingen uit te voeren. In tabel 2 op pagina 9 vindt u een voorbeeld van een raming van het watergebruik op een sierteeltbedrijf. U kunt de irrigatiegift schatten door het teeltoppervlak te vermenigvuldigen met de watergift per gietbeurt en het aantal gietbeurten. De watergift per gietbeurt bepaalt u met behulp van een pluviometer onder de beregeningsinstallatie. Bij druppelaars vangt u het water van een aantal druppelaars op. De drainhoeveelheid kan geschat worden door het drainwater van een aantal goten of tafels op te vangen en dat volume om te zetten naar de totale teeltoppervlakte. Op substraatbedrijven (bijvoorbeeld rozenkwekerijen) registreert de substraatcomputer meestal de watergift en de drainproductie. U kunt het vochtgehalte in de mat ook continu volgen via een matweger of via een vochtsensor, die vaak ook het zoutgehalte (EC) en de temperatuur in de mat meet. foto Met een pluviometer kunt u de watergift per gietbeurt nagaan. Het watergebruik voor gewasbescherming kunt u gemakkelijk berekenen op basis van het aantal bespuitingen (registratie gewasbescherming) en de gebruikte hoeveelheid water per sproeibeurt. Die hoeveelheid leest u af op het spuittoestel. Het reinigingswater schat u als volgt in: vermenigvuldig het debiet van uw reinigingsinstallatie met de tijd die u nodig hebt om te reinigen en met het aantal reinigingsbeurten per jaar. Is het debiet niet gekend, dan vangt u gedurende één minuut het reinigingswater op. Het verbruik van sanitair water wordt geschat op 30 m3 per persoon per jaar. Waterstroom Oppervlakte (in m2) Aantal Gemiddeld waterverbruik Totaal waterverbruik (in m3) Gietwater partij A partij B 10.000 20.000 gietbeurten 50 100 6 l/m2 4 l/m2 3.000 8.000 Nachtvorstbestrijding partij A partij B 10.000 tijd nachtvorstbestrijding 15 uur 3 l/m2.uur 450 Gewasbescherming partij A partij A partij B 10.000 10.000 20.000 spuitbeurten 3 7 7 0,10 l/m2 0,15 l/m2 0,15 l/m2 3 11 21 Reiniging serres Middenpad + werkplek 950 keer/jaar 10 x 3 uur 1.200 l/uur 36 Sanitaire toepassingen personen 4 30 m3/jaar 120 TOTAAL WATERVERBUIK 11.641 Drainwater partij A partij B Watergift Drainpercentage 3.000 8.000 40 % 30 % 1.200 2.400 TOTAAL DRAINWATER 3.600 Tabel 2: Voorbeeld van een raming van het waterverbruik op een sierteeltbedrijf. Waterbron: Hemelwater: gietwater, nachtvorstbestrijding, gewasbescherming en reiniging van de serres. Grondwater: sanitaire toepassingen 4. Bekijk de mogelijkheden om water te besparen en alternatieve waterbronnen te gebruiken op uw bedrijf. Ga na welke besparingstechnieken op uw bedrijf mogelijk zijn en hoeveel water u daarmee kunt besparen. Tips om water te besparen vindt u in het volgende hoofdstuk ‘Wijzigingen die een groot verschil kunnen maken’ op pagina 12. Ook het gebruik van andere waterbronnen om grondwater en leidingwater (gedeeltelijk) te vervangen, moet hier bekeken worden. Een goed inzicht in de kwaliteit van de waterbronnen en de kwaliteitseisen van de verschillende toepassingen is onmisbaar. Hemelwater leent zich tot heel wat toepassingen. Met oppervlaktewater moet voorzichtiger omgesprongen worden. Op de meeste sierteeltbedrijven levert hergebruik van drainwater een belangrijke waterbesparing op. Als er risico op verspreiding van ziektekiemen bestaat, is investeren in een ontsmettingssysteem noodzakelijk. Waar zou u alternatief water kunnen gebruiken? 5. Bereken de economische haalbaarheid. Voor u tot actie overgaat, is het belangrijk de economische haalbaarheid te onderzoeken. Dat doet u door de totale jaarlijkse besparing uit te zetten tegenover de totale jaarlijkse kosten. Verzamel gedetailleerde informatie over de nodige investeringen. Plaats de investeringskosten tegenover de totale financiële besparing en ga na welke maatregelen u op aanvaardbare termijn op uw bedrijf kunt terugverdienen. Waterbesparing realiseert u al met een minimum aan kosten. Na een uniformiteitsmeting, kunnen eenvoudige aanpassingen aan het beregeningssysteem, zoals het vervangen van sproeidoppen of het bijregelen van de druk op de leiding, al resultaat opleveren. Maar soms zijn grotere investeringen nodig, zoals voor de opvang en het gebruik van hemelwater of de aanleg van een containerveld dat hergebruik van overtollig gietwater mogelijk maakt. foto De aanleg van een containerveld maakt het mogelijk om het drainwater opnieuw te gebruiken. Kosten-batenanalyse van hergebruik van drainwater Aan de hand van berekeningstabel 3 (op pagina 11) kunt u nagaan of het hergebruiken van drainwater economisch rendabel is voor uw bedrijf. U berekent de volgende gegevens: 1. het jaarlijks geproduceerde drainwater (in m3); 2. de jaarlijkse hoeveelheid meststoffen die nog in het drainwater aanwezig is. Zoals reeds in het stappenplan uiteengezet, kunt u de hoeveelheid drainwater exact bepalen via een waterteller, een matweger, vochtsensor of de gegevens van de substraatcomputer. U kunt ook werken met een geschatte waarde, door het drainwater van een aantal goten of tafels op te vangen en dat volume om te zetten naar de totale teeltoppervlakte of door richtwaarden te gebruiken. Algemeen neemt men aan dat horizontaal afwaterende teeltsystemen een drain percentage hebben van ongeveer 30 %. Bij verticaal afwaterende systemen (lava, noppen, keien, ...) kan een drainpercentage tot 70 % voorkomen. De jaarlijkse hoeveelheid meststoffen die nog in het drainwater zit, kan afgeleid worden uit de gemiddelde maandelijkse chemische drainwatersamenstelling. Legende bij berekeningstabel 3: a. Om eenvoudig de besparing op water te kunnen inschatten, kunt u werken met een geraamde eenheidsprijs van 0,50 euro/m3. Deze waarde kan hoger of lager liggen op uw bedrijf, afhankelijk van de bron die u aanwendt, de voorzieningen en de grootte-orde van het gebruik. Indien u de eenheidsprijs van het water op uw bedrijf precies kent, gebruikt u bij voorkeur uw informatie. b. Om eenvoudig de besparing op meststoffen te kunnen inschatten, kunt u werken met een geraamde eenheidsprijs van 0,50 euro per EC-eenheid (mS/cm) per m3 drain. Deze waarde kan hoger of lager liggen op uw bedrijf, afhankelijk van het type meststof dat u gebruikt. c. Alleen als op grondwater bespaard wordt, wordt die factor mee in rekening genomen. De berekening geldt voor een watergebruik van 500 m3 tot en met 30.000 m3 bij een winning uit freatische (meestal ondiepe) grondwaterlagen. Voor winningen uit afgesloten watervoerende lagen is vanaf 500 m3 / jaar een complexe formule voor de heffingberekening van toepassing. Bekijk hiervoor uw waterfactuur. De heffingsindex wordt jaarlijks aangepast, zie www.vmm.be d. Bij de berekening van de heffing op de waterverontreiniging is voor 2007 het eenheidstarief 29,04 euro voor lozingen in oppervlaktewater en 33,46 euro voor lozingen op de riolering. Deze getallen zijn gebonden aan het heffingsjaar en worden jaarlijks geïndexeerd, zie www.vmm.be e. Als u in aanmerking komt voor VLIF-subsidie, kunt u minstens 20 % van uw aankoopkosten (zonder BTW) terugvorderen. 6. Vermijd oppervlaktewatervervuiling. Ook de rest- en afvalwaterstromen moeten bekeken worden. Welke komen op uw bedrijf voor en waar moet u ermee naartoe? Hiervoor is het allereerst belangrijk te weten wat de regelgeving voorschrijft. Dat vindt u in hoofdstuk 10. Jaarlijkse besparing op kosten Besparing op kosten van water ‘bespaarde m3 water’ x 0,50 euro/m3 (a) = x euro/jaar Besparing op kosten van meststoffen ‘bespaarde eenheden meststof’ x kostprijs/eenheid kg x euro/kg of liter x euro/liter voor elke meststof drain in m3/jaar x EC in mS/cm x 0,50 euro (b) = x euro/jaar = x euro/jaar Heffing op de winning van grondwater ‘bespaarde m3’ x 0,05 x 1,1030 euro/m3 (c) = x euro/jaar Heffing op de waterverontreiniging Bij lozing in oppervlaktewater ‘bespaarde m3’ x 0,00025 x 29,04 euro voor 2007 (d) = x euro/jaar Bij lozing op de riolering ‘bespaarde m3’ x 0,00025 x 33,46 euro voor 2007 (d) = x euro/jaar Totale jaarlijkse besparing op kosten som van bovenstaande besparingen = x euro/jaar Totale kosten Investeringskosten hergebruiksysteem aanleg containervelden = x euro aankoop teeltbodems = x euro opslag drainwater = x euro eventueel ontsmettingssysteem = x euro eventuele andere kosten = x euro Totale investeringskosten som van bovenstaande investeringskosten = x euro Netto investeringskosten = totale investering - VLIF-subsidies (e) = x euro Jaarlijkse investeringskosten = netto investeringskosten / 10 jaar = x euro/jaar Jaarlijkse onderhoudskosten zie factuur, omzetten naar jaarbasis = x euro/jaar Jaarlijkse energiekosten zie factuur, omzetten naar jaarbasis = x euro/jaar Eventuele andere jaarlijkse kosten = x euro/jaar Totale jaarlijkse kosten som van bovenstaande jaarlijkse kosten = x euro/jaar Financieel saldo per jaar totale jaarlijkse besparing op kosten - totale jaarlijkse kosten = x euro/jaar Tabel 3: Kosten - batenanalyse van hergebruik van drainwater. Hoe berekenen? Legende zie pagina 10 6 wijzigingen die een groot verschil kunnen maken U kunt stap voor stap op zoek gaan naar de meest interessante ingrepen om uw bedrijf om te vormen tot een watervriendelijk sierteeltbedrijf. Of u kunt uw inspiratie halen bij de onderzochte bedrijven. De wijzigingen die ze doorvoerden, maakten bij hen een groot verschil. water besparen U kunt zuiniger met irrigatiewater omspringen door de irrigatie te sturen en door het irrigatiesysteem zo te ontwerpen dat het optimaal werkt. Via irrigatiesturing dient u een correcte hoeveelheid water op het juiste tijdstip toe. Een goed ontwerp, onderhoud en werking van het irrigatiesysteem zorgen voor een uniforme waterverdeling, wat irrigatieverliezen sterk reduceert. Bij een vochttekort in de bodem voorziet de teler de planten van water. Met de watergift tracht hij aan de verdampingsbehoeften van de plant te voldoen. De verdamping wordt sterk beïnvloed door de zonnestraling, de temperatuur, het type plant en de groeifase van de plant. Daarnaast biedt de teler met de watergift de voedingselementen in de gewenste hoeveelheid en verhouding in het wortelmilieu aan. Bepaal het juiste tijdstip om water te geven -Irrigatie in vollegrond op basis van de vochtbeschikbaarheid in de bodem. De zuigspanning in de bodem, uitgedrukt in hPaof pF-waarde, is een maat voor de beschikbaarheid van het bodemvocht. Hoe groter de pF-waarde of zuigspanning, hoe groter de kracht waarmee het water gebonden is aan de bodemdeeltjes en hoe moeilijker water opneembaar is door de planten. Bij een bepaalde zuigspanning, meestal 2,6 - 2,7 pF moet de plant zulke inspanningen leveren om water op te nemen dat het ten koste gaat van de groei en opbrengst. Dat is het moment waarop u best beregent. In vollegrond wordt de zuigspanning en dus de vochtbeschikbaarheid meestal met een tensiometer gemeten. Een tensiometerbuis bestaat uit een holle buis met een poreuze porseleinen cup aan de onderkant. De buis is gevuld met (gedistilleerd) water. Aan de bovenkant sluit een drukmeter of een rubberen stop de buis af. Tensiometers zijn eenvoudig te installeren. Met een grondboor boort u een gat tot op de gewenste diepte. Hierin plaatst u de tensiometer met de cup onderaan. Een goed contact van de poreuse cup met de grond is noodzakelijk voor een goede meting. Er treedt een drukevenwicht op tussen het water in de tensiometer en het vocht in de bodem. Hoe droger de bodem, hoe meer water zich in de fijne bodemporiën bevindt en hoe groter de zuigkracht van de bodem op het water. Via een drukmeter, bijvoorbeeld een manometer, meet u de onderdruk in de buis. Dit is een maat voor de zuigspanning in de bodem. Tensiometers geven aan wanneer u best beregent. Zo hoeft u niet op uw gevoel af te gaan en bespaart u heel wat water. Het knolbegoniabedrijf beregende in 2003 gedurende het teeltseizoen 600 liter water per m2 . foto Irrigatie op basis van een vochtsensor. Om het vochtgehalte in potculturen of in substraat te volgen, kunt u een FDR-sensor (Frequency Domain Reflectometry) gebruiken. Het rechtstreeks meten van de vochttoestand laat toe om de irrigatie te sturen op basis van objectieve meetwaarden. Bij een dergelijke irrigatiesturing voorziet u de planten gelijkmatiger van vocht. Via een vochtsensor kunt u het vochtgehalte in potculturen of in substraat volgen en de watergift erop afstemmen. foto 's Irrigatie op basis van klimaatparameters. Enkelvoudige klimaatparameters zoals de stralingssom en de luchttemperatuur zijn nuttig als sturende factoren voor de irrigatie. Voor plantensoorten of groepen van plantensoorten worden kritieke waarden ingesteld om de irrigatie te sturen. Op sommige sierteeltbedrijven is een klimaatcomputer aanwezig die zonnestraling, tijd en drainhoeveelheid registreert. Op basis hiervan stuurt men de watergift. Dit past men toe bij de irrigatie van snijbloemen op substraat. Plantafhankelijke irrigatie. Nog een stap verder in irrigatiesturing is de plantafhankelijke irrigatie. Als in de programma’s van de klimaatcomputer een model voor verdamping wordt geïntegreerd, dat zowel rekening houdt met klimaatparameters als met plantparameters, namelijk gewastoename en ontwikkelingsfase, kan de irrigatie nog beter gestuurd worden op basis van de behoefte van de plant. Bepaal de juiste irrigatiedosis De optimale irrigatiedosis is afhankelijk van het gewas, het ontwikkelingsstadium, de grondsoort, de helling van het perceel en het irrigatiesysteem. In vollegrond is het bodemtype de belangrijkste factor. Zandgronden houden weinig water vast ten opzichte van zwaardere leem- en kleigronden en hebben dus een kleinere hoeveelheid water per gietbeurt nodig. De tijd tussen twee opeenvolgende gietbeurten is op zandgronden dan weer korter. Voor pot- en containerteelten is het type gewas, het ontwikkelingsstadium en het teeltsysteem bepalend voor de irrigatiedosis. Controleer het irrigatiesysteem Het goed afstellen en onderhouden van een beregeningssysteem is van groot belang voor een uniforme waterverdeling en kan een belangrijke waterbesparing betekenen. Bij droge plekken in het gewas moeten er extra liters water gegeven worden om ook die planten van voldoende vocht te voorzien. Het doptype, de onderlinge afstanden van de sproeidoppen, de pompdruk en de werkdruk op de leiding bepalen de watergift en uniformiteit van het systeem. Elk doptype heeft een specifiek sproeipatroon bij een welbepaalde druk. Het sproeipatroon bepaalt de onderlinge afstanden van de sproeidoppen. Bij een goede onderlinge afstand is er voldoende overlapping van het individuele sproeipatroon, wat leidt tot een uniforme waterverdeling. Met behulp van een uniformiteitstest kunt u zelf makkelijk nagaan of de beregening uniform verloopt. U plaatst een aantal gelijke bakjes of pluviometers in een gelijke verdeling onder het beregeningssysteem. Na een gietbeurt meet u het gewicht per bakje. Op die manier kunt u de watergift per meetpunt bepalen, alsook de totale watergift. Dit laatste wijst aan of de beregeningsinstallatie de gevraagde hoeveelheid water afgeeft. Via een druk- of manometer aan het uiteinde van de leiding kunt u bij een beregening de werkdruk aflezen. Een groot drukverval tussen de pomp en het uiteinde van een leiding met sproeidoppen geeft een geringe watergift van de laatste sproeidoppen. Een verkeerde keuze van de pomp of te grote drukverliezen op bepaalde plaatsen in het irrigatiesysteem, bijvoorbeeld te kleine aanvoerleidingen, kunnen hiervan de oorzaak zijn. De start van een nieuwe teelt is het moment om een controle op het irrigatiesysteem uit te voeren, samen met de controle en reiniging van filters en sproeidoppen. Verstopping of kapotte filters en sproeidoppen leiden immers ook tot een niet-uniforme beregening. foto Op het rododendronbedrijf bleek na een uniformiteitstest dat op één containerveld de beregening van de gietwagen ongelijk gebeurde. Op containervelden hebt u minder water nodig dan in vollegrond Een containerveld kan bestaan uit een doorlatende bed ondergrond (zand of een doorlatende doek) of uit een gesloten bedondergrond. Op afgedekte grond zijn er verschillende teeltmanieren. Die zijn in te delen volgens afvoer van water, namelijk horizontale of verticale waterafvoer. Het overtollige gietwater kan opgevangen en opnieuw gebruikt worden. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) geeft subsidies voor de aanleg van containervelden. foto Een azaleabedrijf teelde de azalea’s buiten nog in vollegrond. Ondertussen schakelde dit bedrijf volledig over op containervelden. Containerveld met horizontale waterafvoer Op een genivelleerde ondergrond met een helling van 1,5 tot 2 % wordt een landbouwfolie en een antiworteldoek gelegd. Tussen de landbouwfolie en de antiworteldoek kan eventueel een vochtmat aangebracht worden. De vochtmat zorgt voor een goede waterverdeling over het hele oppervlak en is een waterbuffer tussen de gietbeurten. Bij aanhoudende regenbuien of voor minder waterbehoevende gewassen en teeltfasen kan het vochthoudend vermogen nadelig zijn, waardoor de planten te nat staan. Goten onderaan de helling voeren het water af. Containerveld met verticale waterafvoer Een containerveld met verticale waterafvoer is opgebouwd uit een 10 cm dikke lavalaag of 3 cm dikke keienlaag. Het water dringt hier door in draineerbuizen. Die liggen in sleuven op een landbouwfolie met daarop een gronddoek. De planten staan in trays op een antiworteldoek boven de lava- of keienlaag of op noppen folie. Deze systemen voeren het overtollige water in de potten snel af. Bij hevige regenval kan dit wateroverlast vermijden. Het drainpercentage bij verticale waterafvoer is hoger (ongeveer 70 %) dan bij een systeem met horizontale afvoer (ongeveer 30 - 40 %). Door verticale afvoer gebeurt de drainage zeer snel en gelijkmatig, wat wortelproblemen bij gevoelige plantensoorten kan voorkomen. Hergebruik drainwater als gietwater De grootste water- en meststofbesparing in de sier teelt kunt u realiseren door drainwater op te vangen en opnieuw als gietwater te gebruiken. Die besparing wordt uitgebreid besproken in hoofdstuk 9 op pagina 23 . hemelwater als primaire waterbron Hemelwater als gietwater helpt heel wat grondwater te besparen. Kwalitatief is hemelwater het best geschikte gietwater. De elektrische geleidbaarheid, die een maat is voor het totale zoutgehalte van het water, is zeer gering en hinderlijke elementen als natrium en chloride komen er slechts in heel lage concentraties in voor. Dat maakt het toedienen van meststoffen gemakkelijk te sturen. Bij hergebruik van drainwater is hemelwater het ideale uitgangswater. Ongewenste zouten stapelen zich minder vlug op en worden bij iedere gietbeurt met hemelwater verdund. Bij gebruik van grond- of oppervlaktewater met een hoog zoutgehalte is bijmenging met hemelwater een manier om het gietwater te verbeteren. foto Het begoniabedrijf verbetert de kwaliteit van het gietwater door grondwater met hemelwater te mengen. Minder kwetsbare waterbronnen gebruiken Land- en tuinbouwbedrijven maken vaak gebruik van grondwater. Grondwater kan het best gewonnen worden uit de minder kwetsbare freatische waterlagen. Dat zijn grondwaterlagen die rechtstreeks gevoed worden met insijpelend hemelwater en die zich meestal ondiep bevinden. Met oppervlaktewater als gietwater moet voorzichtig omgesprongen worden. De kwaliteit kan matig en aan schommelingen onderhevig zijn. Een groot opvangbekken, dat afgesloten kan worden van de waterloop, is aan te raden, net zoals een jaarlijkse wateranalyse. Opgevangen drainwater kunt u na ontsmetting als gietwater gebruiken. Op die manier bespaart u niet alleen water maar ook meststoffen. 7 gietwaterkwaliteit Een goede kwaliteit van het gietwater is zeer belangbelangrijkste parameters waaraan gietwater voor tuinrijk voor de optimale groei van planten en hangt bouwteelten het best voldoet. Voor zoutgevoelige sierhoofdzakelijk af van de hoeveelheid opgeloste zouteeltgewassen en bij hergebruik van drainwater gelden ten. In tabel 4 vindt u de kwaliteitseisen van de nog strengere normen voor de waterkwaliteit. Tabel 4: Richtwaarden voor de kwaliteit van het gietwater (Bron: Labo, Teeltinfo). Parameters Afkorting Eenheid Richtwaarde Maximumwaarde zuurtegraad pH 6,5-7,0 5,5-7,5 elektrische geleidbaarheid bij 20 °C EC µS/cm < 500 < 850 totale hardheid °F < 25 < 35 1°F = 10 mg calciumcarbonaat per liter tijdelijke hardheid °F < 10 < 20 natrium Na+ mg/l < 35 < 70 calcium Ca2+ mg/l < 50 < 100 magnesium Mg2+ mg/l < 25 < 25 chloriden Cl-mg/l < 35 < 70 ijzer Fe2+ mg/l < 1 < 2 sulfaten SO4 2mg/ l < 100 < 200 De pH van het gietwater is een maat voor de zuurtegraad, die de opneembaarheid van de verschillende voedingselementen en in combinatie met de hardheid van het water in belangrijke mate de neerslag van (bi)carbonaatverbindingen bepaalt. De elektrische geleidbaarheid is een weergave van het totale zoutgehalte, maar is geen indicatie voor de aanwezigheid van individuele chemische elementen of hun onderlinge verhouding. Hiervoor is een volledige chemische analyse nodig. De zuurtegraad en het totale zoutgehalte kunnen op het bedrijf opgevolgd worden door eenvoudige pH- en EC-elektrodes. Een te hoog ijzergehalte, kalk- of bicarbonaatgehalte (uitgedrukt in de hardheid) kan tot verstopping van (roterende) sproeidoppen of druppelsystemen leiden. Dit veroorzaakt een ongelijke watergift. kwaliteit waterbronnen Voor u een waterbron als gietwater inzet, moet u eerst nagaan of die voldoet aan de kwaliteitseisen voor gietwater. Zo is de samenstelling van grondwater afhankelijk van de laag waaruit u grondwater oppompt en is het grondwater niet altijd geschikt als gietwater. De kwaliteit van uw grondwater controleert u het best jaarlijks. Voor hemelwater is een éénmalige analyse vereist. Bij gebruik van oppervlaktewater, is een jaarlijkse controle een minimum. Drainwater dat u als gietwater inzet, vraagt een regelmatige analyse. Gedurende het teeltseizoen is er om de 2 à 3 weken een mat- of drainwateranalyse gewenst. Dat is nodig om de juiste verhouding drainwater / ander water te bepalen en om de gewenste hoeveelheid meststoffen toe te dienen, zodat telkens een evenwichtige voedingsoplossing aan de plant gegeven wordt. Zouten zoals natrium en chloride neemt de plant niet op en stapelen zich bij hergebruik in het drainwater op. Uitgangswater met een laag zoutgehalte, zoals hemelwater is hiervoor ideaal. In tabel 5 vindt u de richtwaarden waaraan de kwaliteit van aanmaakwater bij hergebruik van drainwater het best voldoet. Ook de voedingselementen worden door de plant niet in dezelfde mate opgenomen als ze werden toegediend. De plant kan deze overblijvende meststoffen bij de volgende gietbeurt benutten. Tabel 5: Richtwaarden voor de kwaliteit van aanmaakwater bij hergebruik van drainwater (Bron: Bodemkundige Dienst van België). Parameter Afkorting Eenheid Richtwaarde zuurtegraad pH > 5,0 elektrische geleidbaarheid bij 25 °C EC µS/cm < 550 kalium K+ mg/l < 78 magnesium Mg2+ mg/l < 12 calcium Ca2+ mg/l < 80 natrium Na+ mg/l < 11 ammonium-N NH4-N+ mg/l < 7 silicium Si mg/l < 11 nitraat NO3-Nmg/ l < 7 fosfor P mg/l < 15 chloriden Cl mg/l <18 sulfaten 2SO4 mg/l < 48 bicarbonaten HCO3 -mg/l < 244 ijzer Fe2+ mg/l < 0,6 mangaan Mn2+ mg/l < 0,5 koper Cu2+ mg/l < 0,063 zink Zn2+ mg/l < 0,3 boor B mg/l < 0,3 molybdeen Mb mg/l < 0,05 Bij hergebruik van drainwater bestaat het risico op verspreiding van ziektekiemen, zoals schimmels en bacteriën. Vele tuinbouwers ontsmetten dan ook het drainwater voor ze het opnieuw gebruiken. De aanwezigheid van ziektekiemen in het drainwater en de efficiëntie van een ontsmettingsinstallatie kunt u bepalen aan de hand van een wateranalyse voor en na de ontsmetting. Een goede test om de aanwezigheid van Phytophthora op te sporen en die u zelf kunt uitvoeren op uw bedrijf is een loktoets met rododendronblaadjes. Die blaadjes hangt u gedurende vier à vijf dagen in een netje in de wateropslag, zowel voor als na ontsmetting. Het klaarmaken van de blaadjes en het ophangen ervan is voorgesteld in onderstaande figuur . Infectie van de schimmel Phytophthora ziet u aan een specifiek bruin vlekkenpatroon op de blaadjes. Als u dat vaststelt, laat u best een wateranalyse uitvoeren om de schimmel te determineren en het aantal aanwezige schimmelsporen op te sporen. Meer informatie over hergebruik van drainwater vindt u in hoofdstuk 9 op pagina 23. Klaarmaken van de blaadjes voor de bladloktoets (Bron: ILVO, Eenheid Plant, Gewasbescherming). schema Ophangen van de blaadjes voor de bladloktoets (Bron: ILVO, Eenheid Plant, Gewasbescherming). schema verbetering kwaliteit uitgangswater Het gietwater in de sierteelt bestaat doorgaans uit hemelwater, grondwater en drainwater. Elke waterbron vertoont specifieke kwaliteitsproblemen. Bij de opslag van hemelwater moet u algengroei vermijden. Algen zorgen namelijk voor verstopping van filters en druppelirrigatiesystemen. Grondwater kan een teveel aan bepaalde elementen bevatten. Filtratie Bij risico op verstopping van het watergeefsysteem, is filteren raadzaam. Verstopping kan veroorzaakt worden door zand of kleipartikels, substraatresten, bladafval, algen, ... De soort en concentratie van de vervuiling, alsook de gevoeligheid van het beregeningssysteem bepalen de keuze en locatie van de filter. Zeeffilters met eventueel een automatische terugspoeling zijn geschikt om minerale zanddeeltjes te ver-wijderen, maar ze zijn veel minder geschikt voor organisch vuil. Een zand- of multimediafilter die bestaat uit meer lagen is dan weer wel geschikt om organisch materiaal uit te filteren. Vaak is een combinatie van twee filtertypes het meest ideaal. Indien mogelijk, pakt u vervuiling van water preventief aan. Bijvoorbeeld de algengroei bestrijdt u in het bassin voor hemelwater. Zo vermijdt u het frequent terugspoelen van filters en dus onnodig watergebruik. foto Principe langzame zandfilter. Ontijzering Ondiep grondwater kan plaatselijk hoge ijzerconcentraties bevatten. In contact met zuurstof slaat het ijzer neer en verstopt druppelaars en (roterende) sproeidoppen, wat leidt tot een ongelijke watergift. Daarnaast kan ijzerhoudend gietwater een bruine neerslag op de planten veroorzaken. Door het water voorafgaandelijk te beluchten wordt het tweewaardig, goed oplosbaar ijzer omgezet in driewaardig slecht oplosbaar ijzer dat neerslaat. Dit principe wordt in de meeste ontijzeringsinstallaties of bij het versproeien van water in een waterbassin toegepast. foto Een ontijzeringsinstallatie verbetert de kwaliteit van sterk ijzerhoudend ondiep grondwater. Bestrijding van algen In de glastuinbouw vangt men hemelwater meestal op in een folievijver of een metalen watersilo. Door een combinatie van stilstaand water, lichtinval en warmte doet zich vaak het probleem van algengroei voor. Bij de opvang van drainwater versnelt de algengroei door de aanwezigheid van meststoffen. Algen verstoppen het irrigatiesysteem (bijvoorbeeld druppelaars) of veroorzaken een extra terugspoeling van de aanwezige filters. De beste manier om algengroei tegen te gaan is het reservoir van het licht afschermen met een anti-algenzeil. Bij een metalen watersilo is dat gemakkelijk. Maar op een folievijver is het aanbrengen van een drijfzeil niet eenvoudig en erg duur. Bovendien bestaat het gevaar dat het zeil bij hevige wind wegwaait. Ook kan er onkruid op het zeil groeien, wat bij grote vijvers moeilijk te verwijderen is. Drijvende kunststofballen of plantenvlotten kunnen ook voor schaduw zorgen en zo algengroei voorkomen. Als lichtdicht afdekken niet gaat, kunt u het water in beweging brengen door te beluchten of de algen rechtstreeks te doden met een ultrasoon toestel. Op het onderzochte rododendronbedrijf wordt via een fontein het water in beweging gebracht. Meer informatie over algen vindt u in de nieuwsbrief geïntegreerde bestrijding, jaargang 4, nummer 2, 2005 (Proefcentrum voor Sierteelt, Destelbergen). foto Afschermen van licht is het meest doeltreffend tegen algengroei, maar niet eenvoudig te realiseren op grote folievijvers. foto Via een ultrasoontoestel worden algen rechtstreeks gedood. foto Inhoud (in m3) Grondoppervlakte (in m2) hemelwatermetalen silo folievijver opvang 500 225 500 1000 450 850 1500 675 1100 2000 900 1350 2500 -1850 3000 -2000 4000 -2500 8 opvang van hemelwater aanleg hemelwaterinstallatie Om hemelwater van goede kwaliteit te hebben, moet de hemelwaterinstallatie volgens de regels van de kunst worden aangelegd. In de eerste plaats moet vermeden worden dat vuil in de installatie terecht komt. Het plaatsen van een goede voorfilter is aangewezen, net zoals het proper houden van de dakgoten. In de sierteelt zien we vooral folievijvers of metalen silo's. In tabel 6 ziet u het verschil in grondoppervlakte afhankelijk van het type reservoir. Tabel 6: Grondoppervlakte bij bepaalde bassingroottes (Bron: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, PPO, Wageningen, 2003). foto Het azaleabedrijf op containervelden beschikt over een hemelwaterbassin van 2000 m3 voor een serreoppervlakte van 12.800 m2. Dit voorziet in het merendeel van de totale waterbehoefte van het bedrijf. dimensionering van de hemelwater opslag In Vlaanderen valt op jaarbasis gemiddeld 780 liter neerslag per vierkante meter. Hoeveel hemelwater hiervan effectief benut kan worden, is afhankelijk van de grootte van het hemelwaterreservoir. Voor een voldoende benutting van hemelwater neemt u in de sierteelt best een wateropslag van 1000 tot 2000 m3 per ha dakoppervlakte. Als het reservoir vol is, beschikt u bij het aanbreken van een droge periode over 100 tot 200 liter hemelwater per m2. Bij een dagelijkse gietbeurt van 10 liter per m2, kunt u het gewas gedurende tien à twintig dagen van voldoende water voorzien. Een grotere wateropslag kan financieel minder interessant zijn. Het is raadzaam om de extra investeringskosten te bekijken in functie van de extra benuttingsmogelijkheden. Meestal is onvoldoende hemelwater beschikbaar voor de totale watervoorziening. Een aanvullende waterbron is dan noodzakelijk. Een metalen silo is meestal duurder dan een folievijver, maar neemt minder plaats in. foto vergunningen Voor de bouw van een hemelwateropslag hebt u een bouwvergunning nodig. Vergeet ook niet dat wie een stedenbouwkundige vergunning wil krijgen om te bouwen, te verbouwen of een oppervlakte te verharden, rekening moet houden met de maatregel over hemelwateropvang en infiltratie. Sinds februari 2005 is het in Vlaanderen namelijk verplicht om hemelwater, van alle gebouwen die nieuw worden opgetrokken of worden herbouwd, op te vangen of te laten infiltreren in de bodem. De inhoud van de hemelwaterput is afhankelijk van de oppervlakte van het dak. Ook wie een grondoppervlakte verhardt, zal ervoor moeten zorgen dat het afstromende hemelwater zoveel mogelijk in de grond kan infiltreren. Als dat niet mogelijk is, moet u het vertraagd afvoeren. In tegenstelling tot de winning van grondwater moet u voor de opvang en het gebruik van hemelwater geen heffing betalen. vlif-subsidie Omdat het om een investering voor duurzaam watergebruik gaat, komt de aanleg van een hemelwateropslag in aanmerking voor een subsidie bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), zie verder Nuttige adressen. kostprijsberekening De kostprijs van hemelwater is bedrijfsafhankelijk. Zo zijn er doorgaans meer mogelijkheden voor hemelwateropslag bij de bouw van een nieuwe serre dan bij een bestaande serre. Naast de kosten voor het materiaal en de aanleg van de hemelwateropslag, moet u ook rekening houden met het verlies aan teeltoppervlak door de ingenomen ruimte van het reservoir. Aan de hand van tabel 7 op pagina 22 kunt u berekenen of het gebruik van hemelwater financieel interessant is voor uw bedrijf. Tabel 7: Kostprijsvergelijking van de verschillende waterbronnen. Bron Kostendetail GRONDWATER Aanlegkosten put = xe uropomp + filters + leidingen = x euro eventuele waterbehandeling (ontijzering, ontkalking, ontsmetting,...) = x euro Totale aanlegkosten som van bovenstaande aanlegkosten = x euro Jaarlijkse afschrijvingskosten totale aanlegkosten / 10 jaar = x euro/jaar Exploitatiekosten jaarlijks onderhoud (pomp, filters, waterbehandelingsinstallaties,...) = x euro/jaar elektriciteitskosten (pomp, filters, waterbehandelingsinstallaties,...) = x euro/jaar wateranalyse = x euro/jaar heffing op winning van grondwater = x euro/jaar heffing op de waterverontreiniging = x euro/jaar Jaarlijkse exploitatiekosten som van bovenstaande exploitatiekosten = x euro/jaar Totale kostprijs voor grondwatergebruik per jaar jaarlijkse afschrijvingskosten + jaarlijkse exploitatiekosten = x euro/jaar Reële kostprijs van totale kostprijs voor grondwatergebruik per jaar 1 m3 grondwater jaarlijks aantal m3 grondwater = x euro/m3 HEMELWATER Aanlegkosten aanleg reservoir = x euro eventuele aankoop van grond voor de bouw van een bassin of vijver = x euro pomp + filters + leidingen = x euro eventuele waterbehandeling (algenbestrijding,...) = x euro Totale aanlegkosten som van bovenstaande aanlegkosten (eventueel -20 % VLIF-steun) = x euro Jaarlijkse afschrijvingskosten totale aanlegkosten / 10 jaar = x euro/jaar Exploitatiekosten jaarlijks onderhoud (pomp, filters, waterbehandelingsinstallaties,...) = x euro/jaar elektriciteitskosten (pomp, filters, waterbehandelingsinstallaties,...) = x euro/jaar wateranalyse = x euro/jaar heffing op de waterverontreiniging = x euro/jaar andere kosten (vb. opbrengstderving teelt) = x euro/jaar Jaarlijkse exploitatiekosten som van de bovenstaande exploitatiekosten = x euro/jaar Totale kostprijs voor hemelwatergebruik per jaar jaarlijkse afschrijvingskosten + jaarlijkse exploitatiekosten hemelwater = x euro/jaar Reële kostprijs van 1 m3 hemelwater totale kostprijs voor hemelwater per jaar jaarlijks aantal m3 hemelwater = x euro/m3 Kostprijsvergelijking grondwaterhemelwater reële kostprijs van 1m3 grondwater - reële kostprijs van 1m3 hemelwater = x euro/m3 Als u in aanmerking komt voor VLIF-subsidie kunt u 20 % van uw aankoopkosten (zonder BTW) terugvorderen. Hou rekening met een mogelijke prijsstijging voor grondwater (en leidingwater) in de toekomst. Is dit saldo positief, dan bespaart u dit bedrag per m3 hemelwater die u gebruikt in plaats van grondwater. Een negatief saldo wijst op een financiële meerkost. 9 recirculatie en ontsmetting van drainwater In een substraatbedrijf en op containervelden is de grootste waterbesparing mogelijk door drainwater te hergebruiken als gietwater. Dat leidt tevens tot een grote besparing aan meststoffen (kostprijsbesparing) en er komen ook minder meststoffen in het milieu terecht (milieubesparing). Bovendien geeft het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) een subsidie voor het aanleggen van gesloten teeltsystemen. ontsmettingssystemen bij hergebruik van drainwater Bij hergebruik is de biologische samenstelling van drainwater van groot belang. De risico’s om watergebonden ziektekiemen te verspreiden door hergebruik zijn te beperken door een afdoend ontsmettingssysteem. De systeemkeuze is afhankelijk van het gewenste resultaat, de kostprijs en de beschikbare ruimte. U kunt kiezen voor een totale of een selectieve ontsmetting. Totale ontsmetting doodt schimmels, bacteriën, virussen en aaltjes. Selectieve ontsmetting grijpt niet in op virussen en aaltjes. Een voordeel van selectieve ontsmetting is dat het behandelde water – in tegenstelling tot bij totale ontsmetting – niet volledig steriel is. Dat verkleint het gevaar van een plotseling sterke ontwikkeling van een pathogeen in het ontsmette water. In tabel 8 op pagina 24 vindt u een overzicht van de mogelijke plantpathogenen in drainwater en van de technieken die ze uitschakelen. Een uitgebreide bespreking van ontsmettingssystemen, toegepast op verschillende teelten, vindt u in de brochure “Recirculatie van water in de glastuinbouw” van de Vlaamse overheid, beleidsdomein Landbouw en Visserij. Langzame zandfiltratie Langzame zandfiltratie is geen totale ontsmettingsmethode. Aaltjes en virussen worden onvoldoende gedood. Als u de juiste zandfracties gebruikt en de doorstroomsnelheid voldoende laag is, is deze methode betrouwbaar tegen Pythium en Phytophthora. Opbouw Een langzame zandfilter is opgebouwd uit gewassen zand en grind. Onderaan is er een 15 cm dikke grindlaag met een korrelgrootte van 16 tot 32 mm. In deze laag ligt een drainageslang die het water afvoert. De bovenliggende grindlagen hebben een korreldiameter van 8 tot 16 mm en 2 tot 8 mm. De grindlagen voorkomen dat het zand in het drainagesysteem binnendringt en zorgen ervoor dat het water vlot uit het zand stroomt. Een zandlaag bovenop de grindlagen regelt de ontsmetting. Daarom verdient die laag voldoende aandacht. Het zand mag geen kleideeltjes of organisch materiaal bevatten, want kleideeltjes doen de zandfilter dichtslibben. De dikte van de zandlaag is minstens 70 cm. Een dikte van 100 à 120 cm is wenselijk zodat u bij reiniging van de filter geen nieuw zand moet aanvoeren. De zandfractie moet fijn en uniform zijn. Voor een goede ontsmettende werking is een voldoende lange contacttijd tussen het zand en het water nodig. Een optimale doorstroomsnelheid bedraagt 100 à 150 liter per uur per m2 zandoppervlak. Dat vraagt zand met een korrelgrootte tussen 0 en 2 mm. Onder laboratoriumomstandigheden leverde een zandfractie van 0,15 tot 0,35 mm de beste ontsmettingsresultaten op. In de praktijk wordt meestal voor iets grover zand gekozen om te voorkomen dat de zandfilter dichtslibt. Te grof zand kan echter kanaalvorming veroorzaken, en dat verlaagt de zuiveringsefficiëntie. Op de zandlaag vormt zich de waterlaag. De doorstroomsnelheid van het water meet u bij voorkeur met een debietmeter aan de uitstroomleiding van de filter. Grof organisch materiaal en algengroei kunnen de werking van de zandfilter belemmeren. Door een mechanische filter, zoals een zeefbocht, voor de zandfilter te plaatsen, houdt u het grove vuil tegen. Algengroei vermijdt u door het waterbassin af te dekken met een zeil. Op de figuur op pagina 25 ziet u de opbouw van een zandfilter. Bij een pas geïnstalleerde zandfilter brengt u het water via de uitlaat de filter binnen. Zo blijft er geen lucht in de poriën hangen. Als de zandfilter eenmaal in werking is, wordt het drainwater (vb. via sproeiers) over het zandoppervlak verdeeld. Gewas Mogelijke pathogenen Ontsmettingssystemen uv (*) zand- en verhitting ozon lavafiltratie Alstroemeria wortelaaltjes, tabaksratelvirus en Pythiumsoorten + (100 mJ/cm2) – + ± Anjer wortelaaltjes, Fusarium, Phialophora en Phytophthora, anjervlekkenvirus en de bacterie Erwinia + (250 mJ/cm2) – + ± Anthurium wortelaaltjes, Pythium, bacterie Xanthomonas + (100 mJ/cm2) – + ± Chrysant Fusarium, Pythium, wortelaaltjes en bacterie Erwinia + (100 mJ/cm2) – + ± Freesia bladnecrosevirus, overgebracht door de schimmel Olpidium, wortelaaltjes en Fusarium + (100 mJ/cm2) – + ± Gerbera Phytophthora, Fusarium en Myrothecium en wortel aaltjes + (100 mJ/cm2) – + ± Lelie wortelaaltjes, Fusarium, Cylindrocarpon, Phytophthora, Pythium, bacterie Coryne-bacterium, tabaksratelvirus en Arabismozaïekvirus + (100 mJ/cm2) – + ± Orchidee Cymbidium-mozaïekvirus, Odontoglossum-kringvlekkenvirus, Pythium-soorten, Erwinia-en Pseudomonasbacteriën en wortellesieaaltjes + (250 mJ/cm2) – + ± Potplanten Bij potplanten kunnen verschillende ziekteverwekkende schimmels, bacteriën en aaltjes in het drainwater zitten. Met uitzondering van Pelargonium zijn er geen virusproblemen. + (100 mJ/cm2) of + (250 mJ/cm2) ± effectief tegen Pythium en Phytophthora + ± Roos wortelaaltjes, Cylindrocarpon, Cylindrocladium Phytophthora en Gnomonia radicicola + (100 mJ/cm2) – + ± Tabel 8: Ontsmettingsmethoden voor verschillende pathogenen (Bron: PGB, Runia 1999). + = aanbevolen methodiek ± = methodiek die onvoldoende effectief is tegen aaltjes; – = methodiek die niet aanbevolen wordt; (*) = nodige uv-dosis, geldig bij een normale transmissie Werking De zuiverende werking van de langzame zandfiltratie berust op een combinatie van mechanische (zeefwerking), fysico-chemische en biologische factoren. Deeltjes met een diameter groter dan de poriën van de zandfilter worden tegengehouden door de zeefwerking. Rond de zandpartikels ontwikkelen zich microorganismen die een biofilm vormen. De opbouw van de biofilm duurt ongeveer drie weken. Vanaf dan werkt de zandfilter optimaal. De biofilm breekt ziektekiemen af. Die bacteriologische werking vraagt veel zuurstof. Om het systeem van voldoende zuurstof te voorzien, verdeelt men het te ontsmetten water bovenin de langzame zandfilter met sproeidoppen. Voor een goede werking moet het water voldoende lang in de zandfilter blijven en is een minimale watertemperatuur tussen 10 en 15 °C gewens t. Een doorloopsnelheid van 100 tot 150 liter per uur per m2 is perfect. Om de temperatuur op peil te houden, plaatst u de zandfilter binnen of isoleert u de wanden. Een langzame zandfilter werkt afdoende tegen Phytophthora en Pythium. Bij een doorloopsnelheid van 100 liter per m2 zandoppervlak per uur wordt Fusarium voor 99 % tegengehouden. De werking tegen virussen en aaltjes is onvoldoende. Opbouw van een langzame zandfilter (Bron: Centrum Landbouwkundig Onderzoek, Jamart 2002). schema foto Een zeefbocht voor de langzame zandfilter houdt het grove organisch materiaal tegen, wat het risico op verstoppen verkleint. foto Langzame zandfilter. Onderhoud Om een goed biologisch evenwicht en een voldoende doorstroming te verzekeren, reinigt u de zandfilter door het bovenste zandlaagje weg te nemen. Tijdens die ingreep zet u alleen de bovenste 20 cm van de zandfilter droog. Als u de volledige filter droog zet, vermindert u de biologische activiteit en neemt de ontsmettende werking af. Met een flowmeter kunt u volgen wanneer het tijd is voor een reinigingsbeurt. De drukverlaging die u hiermee meet, wijst op verstopping. uv-ontsmetting Tegenover een selectieve werking van een langzame zandfilter staat de ontsmettingsinstallatie met ultraviolette straling die zowel totaal als selectief kan werken. Een uv-installatie schakelt bacteriën, schimmels en virussen uit naargelang de toegediende uv-dosis. Werking Ontsmetting door uv-straling is een fysisch proces, waarbij het erfelijke materiaal in de cel (het DNA) van bacteriën, schimmels of virussen vernietigd wordt. Zo sterft de cel af of verliest ze haar functies. De kiemdodende werking is het sterkst bij uv c-stralen met een golflengte van 253,7 nanometer. De stralingsdosis bepaalt in sterke mate het resultaat. Voor een selectieve ontsmetting die schimmels en bacteriën uitschakelt, blijkt een stralingsdosis van 100 mJ/cm2 voldoende. Een volledige ontsmetting schakelt ook virussen uit. Hiervoor is minimaal 250 mJ per cm2 nodig. Voor aaltjes is een dosis van 200 mJ per cm2 genoeg. De aaltjes worden niet gedood, maar steriel gemaakt wat vermeerdering van de aaltjes voorkomt. Een transmissie lager dan 20 % vereist hogere stralingsdosissen. Voor een voldoende effectieve ontsmetting is dus een goede transmissie nodig. De ultraviolette stralen hebben namelijk een laag doordringingsvermogen. Dat zorgt ervoor dat de stralen in troebel water bacteriën, virussen of schimmels in kleine korreltjes of in organisch materiaal moeilijk of niet raken. Indien het drainwater troebel is, moet u het filteren alvorens u het naar de uv-installatie stuurt. Vanwege de geringe doordringingsgraad moet de waterlaag rond de uv-lamp bovendien voldoende dun blijven. foto Hogedruk-uv-installatie foto Lagedruk-uv-installatie. Ten gevolge van de uv-straling vormt zich ijzerneerslag op de kwartsbuis. De verlaagde stralingsdosis geeft een signaal voor de automatische reiniging van de kwartsbuis. Types uv-ontsmetters Er zijn twee types uv-ontsmettingsmethodes, namelijk lagedruk-uv-ontsmetting en hogedruk-uv-ontsmetting. Voor de tuinbouw is een lagedruk-uv-installatie steeds opgebouwd uit meerdere lagedruk-uv-lampen, terwijl een hogedruk-uv-installatie bestaat uit één hogedruk-uv-lamp met grotere capaciteit. Wegens de opbouw met meerdere lampen is uitbreiding van de capaciteit van de installatie bij een lagedruk-uv-ontsmettingssysteem eenvoudiger. Er kunnen gemakkelijk extra lampen bij geïnstalleerd worden. In tabel 9 op pagina 28 wordt een vergelijking gemaakt tussen lagedruk- en hogedruk-uv-ontsmetting. foto Tabel 9: Vergelijking lagedruk uv-ontsmetting en hogedruk uv-ontsmetting zandfilter (Bron: Centrum Landbouwkundig Onderzoek, Jamart 2002). Lagedruk-uv Hogedruk-uv ruimtebezetting meer ruimte nodig (lampen in serie ) plaatsbesparing door één lamp levensduur lampen 6000 - 8000 uren 3000 - 4000 uren kostprijs lampen goedkoper dan hogedruk-uv duurder dan lagedruk-uv vermogen per lamp klassiek: 5-50 W; amalgaam 50-300 W 3000 - 8000 W uv c-output per lamp klassiek: 0,2 W/cm; amalgaam 0,6 W/cm 9 - 15 W/cm straling met golflengte 254 nm 90 % 27 - 44 % efficiënte energieomzetting 40 % uv c-output; 45 % warmte 10 % uv c-output; 75 % warmte debiet per lamp laag: 0,05 - 0,3 m3/u hoog: 1,5 - 10 m3/u temperatuur 40-50 °C 600-800 °C controle over systeem moeilijker: groter aantal lampen die niet allemaal van sensor kunnen worden gemakkelijk: slechts één lamp voorzien aankoopprijs lager hoger Verhitting Met behulp van een warmtewisselaar wordt het water – nadat zuren zijn toegevoegd om de neerslag van calciumzouten te vermijden – gedurende dertig seconden verhit op 95 °C. Dat is voldoende om alle pathogenen te doden, maar vraagt een hoog energieverbruik. Een selectieve verhitting tegen de schimmels Pythium, Phytophthora en Fusarium, het wortelnecroseaaltje Radopholus similis en de bacterie Erwinia chrysantemi kan al bij een temperatuur van 60 °C gedurende twee minuten. Dat geeft een energiebesparing van 40 % en is toch efficiënt. Ozonisatie Een ozonontsmetter breekt alle organische bestanddelen in het water af, inclusief micro-organismen. Ozonisatie levert een volledige ontsmetting, maar de effectiviteit is moeilijk te controleren. Bij deze methode worden echter ook ijzerchelaten afgebroken en treedt er een reactie met gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen op. Voor een doeltreffende werking zuurt men het uitgangswater aan. 10 waarheen met restwater? Op elk bedrijf komen restwaterstromen voor. Dit kan drainwater zijn, maar ook sanitair afvalwater en reinigingswater van onder andere serres, loodsen en machines komen voor. Drainwater bevat vooral nutriënten. Tuinbouwbedrijven die nu of in de toekomst aangesloten zijn op een collectieve rioolwaterzuiveringsinstallatie, kunnen die restwaterstroom in de riolering lozen mits de toestemming van de bevoegde overheid. Als er geen aansluiting is en er ook geen gepland is, mag de restwaterstroom niet zomaar in het oppervlaktewater geloosd worden. Maximaal hergebruik als gietwater is de boodschap. Dat gebeurde ook bij de onderzochte bedrijven met containervelden. Als uitgangswater gebruikten ze hemelwater. Gedurende het hele jaar werd de kritieke grens voor ballastzouten niet overschreden en moesten ze geen enkele keer lozen. Onderzoek moet nog uitwijzen hoe drainwater dat niet meer geschikt is als gietwater, het meest milieuvriendelijk verwijderd kan worden. Momenteel onderzoekt men de doeltreffendheid van biologische zuivering om uit dit restdrainwater zoveel mogelijk nutriënten te halen. In het ene project gebeurt dat via een rietveld en in het andere via een lavafilter in combinatie met een vloeirietveld. Voor de optimale werking van die systemen is een koolstofbron nodig, bijvoorbeeld uit sanitair water, ingemengd stro of onder de vorm van melasse. In een ander project gaat men het effect van restdrainwater als beregeningswater met mineralen op landbouwgrond na. Hierbij moet men zich wel aan de mestregelgeving houden. In al die projecten is het hergebruik van drainwater en hemelwater als uitgangswater een vereiste. Dit beperkt de hoeveelheid restdrainwater, wat belangrijk is voor een haalbare dimensionering van de systemen. Deze onderzoeken lopen bij verschillende proefcentra. foto Rietveld voor de behandeling van restdrainwater. Reinigingswater dat vooral aardedeeltjes bevat, kan men na bezinking van die aardedeeltjes meestal lozen. Is er risico op verontreiniging door olie, dan is bij lozing in de riool een koolwaterstofafscheider en bijkomend een coalescentiefilter bij lozing in oppervlaktewater noodzakelijk. Tuinbouwbedrijven die momenteel en in de toekomst niet aangesloten zijn op een collectieve rioolwaterzuiveringsinstallatie moeten sanitair afvalwater zelf zuiveren via een eigen waterzuivering voor ze het lozen. Meer informatie over die zuiveringstechnieken vindt u in de brochure Waterwegwijzer voor architecten. Om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen in het milieu zo klein mogelijk te houden, volgt u best de Code van goede landbouwpraktijken, gewasbescherming. Zo verspreidt u spoelresten van spuittoestellen het best verdund over het gewas. Let wel op dat u hierdoor niet overdoseert. Kies bij de aankoop voor spuittoestellen die uitgerust zijn met een schoonwatertank en spoeltank. Ook op oude spuittoestellen kunt u vaak eenvoudig een spoeltank monteren. foto Momenteel verrichten een aantal proefcentra in Vlaanderen onderzoek naar biozuiveringssystemen die de spoelresten van spuittoestellen verwerken. Hierbij sproeit men het spoelwater over organisch Micro-organismen in een biobed zorgen voor een versnelde afbraak van bestrijdingsmiddelen. foto De fytobak (boven) en biofilter (onder) zijn afgeleiden van het biobed. foto materiaal waarin micro-organismen de gewasbeschermingsmiddelen versneld afbreken. In Scandinavië en Frankrijk past men dergelijke systemen al toe. In Vlaanderen onderzoekt men twee types, namelijk de fytobak en de biofilter. Beide zijn afgeleid van het oorspronkelijke biobedconcept. Een biobed is een open put met organisch materiaal (de klassieke samenstelling bestaat uit 25 % grond, 25 % veen of turf en 50 % stro), waarvan de wanden bekleed zijn met een kleilaag. Een fytobak is een waterdicht reservoir met organisch materiaal. Boven het organisch materiaal is een dak aangebracht (bijvoorbeeld doorschijnend plastic) dat het systeem tegen de regen beschermt en een temperatuurstijging bevordert, waardoor de verdamping van het spoelwater verbetert. Daardoor wordt de hoeveelheid effluent sterk verminderd. Een biofilter bestaat uit een aantal containers die op elkaar geplaatst zijn. Het spoelwater sijpelt erdoorheen en de gewasbeschermingsmiddelen worden in verschillende stappen afgebroken. nuttige adressen Waterloket (het Vlaamse informatiepunt over duurzaam omgaan met water) Tel. 0800 99 004 e-mail info@waterloketvlaanderen.be www.waterloketvlaanderen.be Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) A. Van de Maelestraat 96, 9320 Erembodegem Tel. 053 72 64 45 e-mail info@vmm.be www.vmm.be Vlaamse overheid Agentschap voor Landbouw en Visserij Structuur en Investeringen Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) Ellipsgebouw, 4de verdieping, Koning Albert II-laan 35 bus 41, 1030 Brussel Tel. 02 552 74 70 www.vlaanderen.be/landbouw Gelieve de buitendienst van uw provincie te contacteren: Antwerpen, Tel. 03 224 92 20 Limburg, Tel. 011 74 26 30 Oost-Vlaanderen, Tel. 09 272 22 40 West-Vlaanderen, Tel. 050 20 76 50 Vlaams-Brabant, Tel. 02 552 73 20 Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Ellipsgebouw, 6de verdieping, Koning Albert II-laan 35 bus 40, 1030 Brussel Tel. 02 552 78 70 www.vlaanderen.be/landbouw Proefcentrum voor Sierteelt (PCS) Schaessestraat 18, 9070 Destelbergen Tel. 09 353 94 94 e-mail info@pcsierteelt.be www.pcsierteelt.be Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Kenniscentrum Water Karreweg 6, 9770 Kruishoutem Tel. 09 381 86 86 e-mail pcg@proefcentrum-kruishoutem.be www.proefcentrum-kruishoutem.be www.kenniscentrumwater.be Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT) Ieperseweg 87, 8800 Rumbeke-Beitem Tel. 051 27 32 00 e-mail povlt@west-vlaanderen.be www.povlt.be Provinciebestuur Oost-Vlaanderen Dienst Land- en Tuinbouw Gouvernementstraat 1, 9000 Gent Tel. 09 267 86 70 e-mail land-entuinbouw@oost-vlaanderen.be Provinciaal Centrum voor Landbouw en Milieu (PROCLAM) vzw Iepersesteenweg 87, 8800 Rumbeke-Beitem Tel. 051 27 32 00 e-mail povlt.proclam@west-vlaanderen.be www.proclam.be referentielijst Kwantitatieve Informatie voor de Glastuinbouw 2003-2004. Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, 2003, 244p. Jamart, G. (2002). De langzame zandfilter. Het hoe en waarom bij het in gebruik nemen van een langzame zandfilter als biologische waterontsmetter in de tuinbouw. Runia, W. (1999). Mogelijkheden voor waterontsmetting in een oogopslag. Vakblad voor de bloemisterij, 54 (19), 40-41. publicaties Er bestaan nog andere publicaties waarin aspecten van water in de landbouwsector aan bod komen. Deze kunt u gratis bestellen via het Waterloket: Water. Elke druppel telt. Groenteteelt in openlucht Water. Elke druppel telt. Groenteteelt op substraat Recirculatie van water in de glastuinbouw Waterwegwijzer voor architecten Code van goede landbouwpraktijken - gewasbescherming Code van goede landbouwpraktijken - nutriënten Kleinschalige waterzuivering op land- en tuinbouwbedrijven, provincie Oost-Vlaanderen Landbouw en water, een overzicht van de reglementering en nuttige informatie, provincie Oost-Vlaanderen Werk maken van erosiebestrijding Ontijzering van grondwater Verlaten grondwaterwinningen