Hoe werkt een septische tank?
Een septische tank beoogt een minimale biologische zuivering van het afvalwater en kan daarom, afhankelijk van de dimensionering, zowel onder voorbehandeling als onder secundaire zuivering gecatalogeerd worden.
Als voorbehandeling: in de eerste plaats worden bezinkbare en zwevende delen uit het afvalwater afgescheiden. De werking berust op bezinking van de zwevende stoffen (ZS) in het influent (verwijdering rendement ZS bedraagt ongeveer 50%), op de afscheiding van olie en vet (die samen met opdrijvend slib een harde drijflaag vormen) en op de gedeeltelijke anaërobe afbraak (vergisten) van bezonken materiaal. De septische tank staat ook in voor het vloeibaar maken van het ruwe afvalwater, hoofdzakelijk van de meegevoerde fecaliën (hydrolyse). In het afgescheiden slib vindt anaërobe afbraak van organische materiaal plaats.
Als secundaire zuivering: het zuiveringrendement van een septische put is sterk variabel. Afhankelijk van de hydraulische verblijftijd en de slibleeftijd worden zuiveringsrendementen tussen 30 en 40% voor BZV en tussen 20 en 90% voor zwevende stoffen gehaald. Voor de stikstof - en fosfaatverwijdering worden rendementen tussen 15 en 30% verkregen.
Over de reductie van pathogene kiemen is niets bekend. Daarboven is het effluent van een septische put zo goed als zuurstofloos.
Om deze redenen kunnen septische putten zonder verdere behandeling niet als volwaardige secundaire zuivering in een IBA gelden.
Septische tanks zijn in veel vormen en verschillende uitvoeringen verkrijgbaar. Naast de rechthoekige vormen zijn ook ronde en ovaalvormige septische tanks verkrijgbaar. Het zijn tanks met één kamer of meer tussenschotten. Zij bestaan in beton of in kunststof.
In een klassieke septische put mag enkel het zwart afvalwater (toiletten) van de ganse woning worden gebracht. Indien de septische put enkel gebruikt wordt voor zwart water, moet grijs water (badkamer, keuken) door een vetafscheider geleid worden vooraleer het de hoofdzuivering ondergaat.
De septische tank mag niet aangesloten zijn op de hemelwaterafvoer, omdat de hydraulische belasting dan veel te groot zou zijn. Eén onweersbui zou volstaan om de inhoud van de tank met de bijhorende nuttige afbraakbacteriën 'uit te spoelen' en de zuiveringsactiviteit teniet te doen.
Afvalwater, zwaar beladen met detergenten, vetten, slecht verteerbaar materiaal of chemische producten (zoals chloor, antibiotica, ...) hoort niet thuis in de septische put wegens het risico van verstopping en slechte werking door remming van de bacteriën.

